Er zijn drie partners betrokken bij dit project. Enerzijds de firma Analis, een innovatieve kmo uit Namen die sinds 1927 instaat voor de verdeling en het onderhoud van wetenschappelijke laboratoriumapparatuur en geleid door Guy Stukkens. De manager van het R&D lab is François de l’Escaille. Anderzijds het laboratoire de spectrométrie de masse (LSM) van de ULg (GIGA-R) onder leiding van professor Edwin De Pauw. Ten slotte het Waalse Gewest, via DG0 6 (Direction générale opérationnelle de l’Economie, de l’Emploi et de la Recherche), die financiële steun verleende aan het project. 

 

Wat is de context?

François de l’Escaille : «Ons R&D lab heeft meer dan 20 jaar knowhow opgebouwd op het terrein van de capillaire elektroforese, een scheidingstechniek voor de detectie en identificatie van moleculen. We ontwikkelen kits voor bv. de diagnose van ziektes, farmaceutische kwaliteitscontrole en voedingsanalyse. Ons lab geniet wereldwijd erkenning voor zijn expertise in capillaire elektroforese. Daarnaast is er het LSM-lab, een referentie in massaspectrometrie. D.m.v. deze techniek, die eveneens toelaat moleculen en proteïnen te detecteren en identificeren, kan men toepassingen ontwerpen voor medische diagnose. De twee labs besloten hun specifieke kennis bijeen te brengen voor de lancering van dit gemeenschappelijke project. Het Waalse Gewest verleende financiële steun aan de Franse researcher Johann Far die sinds meer dan 18 maanden in het LSM-lab werkt ».

 

Welke doelstellingen heeft dit project? 

F. de l’E. : «We willen researchprojecten ontwikkelen op basis van deze gekoppelde technologieën, capillaire elektroforese en massaspectrometrie. Deze twee technieken zullen volgens ons steeds meer gebruikt worden in de medische diagnose. Ons doel is nieuwe toepassingen op te stellen voor het medisch lab. Met de ontworpen module zijn beide technieken zeer gemakkelijk te koppelen voor de identificatie van macromoleculen zoals peptiden en proteïnen, bv. in bloed. Dit is veelbelovend voor de vroege detectie van biochemische merkers, precursoren, risico-indicatoren of pathologische verschijnselen. Twee prototypes van deze module worden geëvalueerd. Na 18 maanden hebben wij een Belgisch octrooi aangevraagd en wij bereiden de aanvraag voor van een internationaal octrooi.»

 

Wat kunnen we besluiten?

Guy Stukkens : «Voor een kmo is het uniek om met een referentielab te kunnen werken aan een project voor medische diagnose en mogelijk gemaakt door het Waalse Gewest. Vandaag is het aandeel van het medisch lab in de diagnose van artsen gemiddeld 60 à 70 %. Nieuwe toepassingen zullen nog beter op de diagnostiek en therapie kunnen focussen.»

Edwin De Pauw : «Dit werk heeft eveneens meer fundamentele vragen doen rijzen waardoor andere interessante systemen bekeken werden die uitermate nuttig kunnen zijn voor de biofarmaceutische industrie. Rond deze methode ontstaat een uitgebreid Europees netwerk. Dit heeft voordelen  voor de wetenschap en de wetenschappelijke kennis.»