Thomas Vanhove, CEO van Tengu, legt het ons uit.
 

Hoe definieert u een smart city?
 

“Vanuit ons standpunt als een tech start-up is dat een stad waar zoveel mogelijk wordt gemeten. Door gigantisch veel data te verzamelen, creëren we immers een basis van waaruit inzichten kunnen worden gegenereerd. We moeten zelfs voorbij het verzamelen gaan en streven naar echte informatiestromen die kunnen worden gedeeld met alle actoren in de verschillende steden.”

“Voor de inwoners is het dan weer in de eerste plaats een geoptimaliseerde stad die volledig is afgestemd op hen en waar het aangenaam leven is. Deze twee visies moeten onvermijdelijk naar elkaar toegroeien. Geen smart city zonder data/technologie, maar al zeker niet zonder actieve burgers. De burger staat centraal en de technologie is de weg naar een smart city. Het ultieme doel is om alle inwoners, bedrijven en bezoekers een toegevoegde waarde te bieden.”

 

Wat zijn de grootste uitdagingen?
 

“Omdat de grote IoT-spelers het gewend zijn all-in-one pakketten aan te bieden waarvan de steden vaak maar een fractie nodig hebben in deze fase, wordt de perceptie gecreëerd dat smart cities een dure aangelegenheid zijn. Je kan als stad of gemeente echter ook heel klein beginnen via een plug-and-play systeem. Veel datasets zijn al beschikbaar, en er bestaan ook heel goedkope sensoren waaruit je al veel kan leren. Bovendien kan je het ook buurt per buurt uitbreiden.”

“Naast goedkoper is het gewoon ook interessanter om met een klein project (Minimal Viable Product) te beginnen en dat dan te schalen wanneer het goed zit. Zo bouw je een product dat een bepaalde nood beter oplost. Gaandeweg komen er immers steeds onverwachte zaken op je pad die je dan kan tackelen. Ook is het belangrijk dat het niet gaat om losstaande use cases, maar om een combinatie van technologische vooruitgangen die kunnen bijdragen tot effectieve systemen die een impact hebben.”
 


Thomas Vanhove, CEO Tengu

Hoe kan een start-up het verschil maken?
 

“Een start-up kan flexibeler kijken naar de noden en een persoonlijker contact bieden, en dat op een betaalbare manier. Ze zullen meer de tijd nemen, omdat ze zich nu eenmaal nog moeten bewijzen. Zo kunnen ze zowel voor grote als kleine steden een win win-situatie creëren. Een start-up kan bijvoorbeeld het verschil maken door innovatie te brengen via onderzoeksprojecten. Achter het grootste smartcityproject in België, het Antwerpse ‘City of Things’, zal je in de back-end ons platform terugvinden. Maar ook via andere innovatieplatformen zoals het Vlaams Instituut voor Logistiek, Agoria, Voka, enz. kan je als start-up vaak vernieuwende innovatieve samenwerkingen op gang brengen in het juiste netwerk.”

 

Kunnen steden ook onderling samenwerken?
 

“Uiteraard zijn steden geen eilanden en zal samenwerken iedereen ten goede komen. Een belangrijke factor daarbij kunnen open data en informatie zijn. Nu reeds worden er door steden data over mobiliteit, beleid, cultuur en welzijn gedeeld via open dataplatformen. Dat maakt het mogelijk voor inwoners en bedrijven om daar mee aan de slag te gaan. Ze moeten echter voorbij het concept van open data gaan, en ook de inzichten en de nodige omgevingen om deze inzichten te bouwen op zich weer open stellen. Op die manier kan er via cocreatie immers pas echt een grote meerwaarde worden gecreëerd. We geloven er absoluut in dat hoe meer informatie steden onderling uitwisselen, hoe beter dat zal zijn voor iedereen.”

 

Welke andere samenwerkingen zijn er mogelijk?
 

“Steden doen nu al voor heel wat zaken een beroep op bedrijven en universiteiten. Toch is er nog heel wat potentieel om verder mee te gaan. Vanuit die insteek is trouwens ook Tengu ontstaan. Samen met de copromotor van mijn doctoraat besliste ik om mijn idee op de markt te brengen. Zulke dingen gebeuren nog net iets te weinig, waardoor veel potentieel onbenut blijft. Met specifieke cases rond smart cities zou dit misschien meer kunnen worden gestimuleerd.”

Hoe meer informatie steden onderling uitwisselen, hoe beter dat zal zijn voor iedereen.

“Bovendien is het cruciaal om ook de burger te betrekken. Het is belangrijk dat steden weten wat er leeft bij hun inwoners. Hun ideeën en meningen kunnen worden gebruikt door overheden, academici en bedrijven om de stad effectief slimmer te maken. Hier is het burenplatform Hoplr heel sterk werk aan het leveren overigens.”

 

Hoe kan het concept van open data concreet worden toegepast?
 

“We moeten ervoor zorgen dat iedereen aan de slag kan met open data en er inzichten mee kan creëren. Dat vraagt om de juiste infrastructuur en interactiemogelijkheden die de technologische drempel verder verlagen. Door alles toegankelijker en simpeler te maken zullen we kunnen evolueren van open data naar open informatie.”

“Met ons platform trachten we op dat vlak alvast het verschil te maken. Het zorgt er immers voor dat de connecties met open datasets automatisch worden aangelegd en via bouwblokken worden gekoppeld met bepaalde datastromen waarin er verwerkingen op maat kunnen gebeuren. Zo kan men er snel en efficiënt mee aan de slag gaan, ongeacht de technische kennis die men heeft.”