Hoe gaan bedrijven best aan de slag met industrie 4.0?
 

Paul Peeters: “Eerst en vooral is het belangrijk dat bedrijven de basis juist hebben. Ze moeten daarom eerst hun processen onder de loep nemen. Het heeft immers geen zin om slechte processen te automatiseren. Daarnaast omvat industrie 4.0 ongelofelijk veel tools en oplossingen. Het gaat echter niet om die oplossingen, maar om het bereiken van je businessdoelstellingen. Het komt er dus op aan om eerst te beslissen wat die doelstellingen inhouden, vervolgens te onderzoeken welke kernvaardigheden daarvoor nodig zijn, en dan pas te kijken welke concrete tools en oplossingen daarvoor kunnen dienen. Voor een efficiënte toepassing van industrie 4.0 slaat een bedrijf best geen van deze stappen over.”

Jelle Koning: “Bedrijven mogen zich inderdaad niet te hard focussen op het industrie 4.0-verhaal. Hun plek in de keten zal immers blijven wijzigen. Bedrijven zullen ‘agile’ moeten zijn. De (ERP-) leveranciers moeten daarbij passen. Ze zullen ook de tools moeten vinden waarmee ze die flexibiliteit kunnen waarborgen.”

Sam Schellekens: “Industrie 4.0 is een breed begrip. Bij de keuze voor een welbepaalde oplossing is het belangrijk dat het bedrijf er niet naar streeft om alles van bij het begin perfect te krijgen. De technologie evolueert immers enorm snel, waardoor er voldoende mogelijkheden zijn tijdens het project om aanpassingen te doen. Te lang moeite doen om de perfectie te bereiken, wil dus in feite zeggen dat men achter de feiten aan zal hollen. Wanneer de oplossing dan immers eindelijk af is, zal er al nieuwere technologie beschikbaar zijn.”

Adriaan Van Horenbeek: “Onze raad aan klanten is altijd ‘find fast or fail fast’. Als je snel waarde vindt, is dat positief en kan je schalen. Is dat niet het geval, dan stopt het daar en ga je naar de volgende potentiële use case.”

Thierry Van Eeckhout: “Er bestaat geen bestelnummer ‘4.0’. Het is dus geen standaardproduct of -service die je in een catalogus vindt. Het is daarom belangrijk dat bedrijven het holistisch benaderen en daarbij uitgaan van hun eigen maturiteit en doelstellingen.”

Timothy Van Audenaerde: “Haast ieder groot bedrijf heeft de vandaag beschikbare use cases (bijvoorbeeld drones, virtual reality, 3D-printing) reeds geprobeerd. De meeste bedrijven zijn er dus wel degelijk mee bezig. Het komt er echter ook op aan om het op te schalen, en dat wordt door velen vergeten. Met één drone of 3D-printer maak je immers geen business case.”

Tim Waegeman: “Om de risico’s te beperken, introduceren bedrijven dat echter best wel gradueel. Het is ook niet zo dat één toepassing die een efficiëntietoename voor het ene bedrijf oplevert, dat ook zal doen voor het andere bedrijf. Veel hangt af van de cultuur en de betrokken werknemers. Het komt er dus op aan om die processen te identificeren waar de grootste winst mogelijk is. Daar kan je de meerwaarde dan bewijzen in een ‘proof of concept’-fase.”

Steven Stokmans: “Uiteraard moet je als bedrijf ergens beginnen. Zo kwam Tetrapak onder druk te staan. Traditioneel verkochten zij verpakkingen én de bijhorende productielijnen. Het patent op hun verpakkingen ging echter vervallen. Daarom hebben ze zich volledig getransformeerd naar een bedrijf dat verpakkingen als een service levert, waarbij ze de productielijnen vanop afstand monitoren en preventief onderhouden. Ze zijn daarbij klein begonnen, en hebben dat dan op basis van de successen verder uitgebreid door het hele bedrijf heen.”

Jelle Koning: “Kleine bedrijven in de maakindustrie hebben weinig kansen om te falen. Ze hebben immers weinig middelen om hierin te investeren. Het vormt voor onze sector dus een uitdaging om hen te ontzorgen en hen tools aan te reiken waarmee ze aan de slag kunnen.”

Walter Auwers: “Industrie 4.0 is een revolutie waarbij je enorm ver kan gaan, maar dat mag bedrijven niet afschrikken om de stap te zetten. Het is immers ook een evolutie.”

Tom Van der Straeten:Het komt ook aan op visie. De markt is gekend in de huidige context, maar niet in de toekomstige context. Veel mogelijkheden zijn vandaag dus nog niet zichtbaar.”

Jelle Koning: “De voordelen van de kleine optimalisaties (bijvoorbeeld machines die sneller draaien) zijn niet meer voldoende. Bedrijven kunnen hun concurrentiepositie enkel nog versterken door de machines hoger en lager in de keten ook te integreren.”

 

Welke visie is hiervoor nodig?
 

Tim Waegeman: “Het is vooral belangrijk dat bedrijven een drive hebben om zichzelf efficiënter te maken. Gewoonlijk wordt dat gevoed door een business case, maar ook op de werkvloer moet er een constante drijfveer zijn om het bedrijf in die richting te bewegen. Gaandeweg zal men dan altijd nog wel bijkomende ideeën en inzichten krijgen over hoe nieuwe processen en oplossingen een economisch voordeel kunnen opleveren.”

Jelle Koning: “‘Agility’ is daarbij het sleutelwoord. Bedrijven moeten continu in beweging zijn. Ergens moeten ze natuurlijk beginnen, om dat dan stap per stap verder uit te bouwen.”

Sam Schellekens: “Het gaat er bovendien over hoe een bedrijf efficiënter kan worden, zonder in te boeten aan kwaliteit. Optimalisatie en efficiëntie zijn zeker belangrijk, maar ook het verbeteren en uitbreiden van de klantenservice is een cruciaal aspect. Dat kan door op basis van allerlei data proactief de juiste oplossingen aan te bieden.”

Steven Stokmans: “Flexibiliteit in de dienstverlening wordt zeker en vast een belangrijke meerwaarde. Massaproductie maakt plaats voor massapersonalisatie. Klanten worden alsmaar veeleisender, waardoor bedrijven meer op maat van hun klant moeten gaan werken.”

Paul Peeters: “Ik zou het zelfs nog extremer stellen. Er zijn veel bedrijven in België die - indien ze niet meegaan in deze evolutie - hun voortbestaan ernstig in gevaar brengen. Het is Agoria’s missie om de Belgische bedrijven hier niet alleen voor te waarschuwen, maar hen ook te ondersteunen in dat veranderingsproces. Het ‘Factory of the Future’-programma is alvast opgezet om via innovatie de maakindustrie in België te verankeren.”
 


 

Zijn er voorbeelden die aangeven wat de mogelijkheden zijn?
 

Thierry Van Eeckhout: “We moeten evolueren van offshoring naar reshoring. De maakindustrie moet naar België terugkeren. Een mooi voorbeeld is Adidas, dat opnieuw een fabriek heeft geopend in Duitsland en waar gepersonaliseerde sportschoenen worden gemaakt.”

Timothy Van Audenaerde: “Industrie 4.0 gaat nog te vaak enkel over kostenbesparingen en een verhoging van de efficiëntie. De heilige graal is echter het genereren van extra inkomsten op basis van nieuwe technologieën. Zo is er het voorbeeld van Caterpillar. Zij zetten naast de verkoop van zware machines ook in op preventief onderhoud via sensoren in die machines.”

Walter Auwers: “Het kan bovendien een antwoord zijn van KMO’s op de steeds groter wordende concurrentie van giganten zoals Amazon, Bol.com en Alibaba. Die zijn immers niet in staat om volledig gepersonaliseerde producten aan te bieden, terwijl dat net wel mogelijk is voor kleine bedrijven die inzetten op industrie 4.0.”

Adriaan Van Horenbeek: “Momenteel doen we bij een middelgrote onderneming een project rond procesoptimalisatie bij hun eigen installaties. Een stuk van de kennis over die installaties verkopen ze verder aan andere partijen. Nu bekijken ze hoe ze die kennis ook rechtstreeks kunnen meenemen om de service aan hun klanten te verbeteren.”

Timothy Van Audenaerde: “Enkele van onze klanten gebruiken de input van sociale media om te weten wat belangrijk is voor hun klanten. Op basis van zulke feedbackloops kunnen ze dus hun processen en producten verbeteren.”

Tim Waegeman: “Een klant van ons maakte té robuuste producten, waardoor ze er geen supportcontract aan konden vasthangen. Uiteindelijk beslisten ze om alles om te draaien. Nu geven ze hun producten gratis aan klanten. Ze rusten deze producten uit met sensoren, zodat ze de monitoring in een jaarlijks te betalen SaaS-licentie kunnen gieten. Hierdoor kent het bedrijf intussen opnieuw een sterke groei.”

Tom Van der Straeten: “Een ander voorbeeld is dat van ladefabrikant Van Hoecke, een ‘Factory of the Future’. Zij veranderen regelmatig van businessmodel en zijn steeds op zoek naar nieuwe toepassingen. Hun einddoel is om hun klanten volledig te ontzorgen. Dat doen ze door de complexiteit volledig weg te nemen en op te vangen in hun processen.”

Leo Van de Loock: “Naast de grote bedrijven zijn er ook tal van voorbeelden van kleine bedrijven die anderen kunnen inspireren.”

Sam Schellekens: “De overheid doet het op dat vlak goed. Ze heeft bijvoorbeeld meerdere platformen opgericht rond innovatie waar grote en kleine bedrijven elkaar vinden. Er zijn daardoor inderdaad al heel wat voorbeelden van kleine innovatieve bedrijven. Ieder klein bedrijf dat wil innoveren en investeren in industrie 4.0 kan zelfs rekenen op de ondersteuning van grotere bedrijven om samen innovatieve ideeën uit te werken.”

 

Hoe krijgen we alle werknemers mee in deze transitie?
 

Paul Peeters: “We zitten middenin een ‘war for talent’. Bedrijven vinden niet genoeg mensen, zeker niet voor de technische jobs waar ervaring een belangrijke factor is. Op die manier lopen deze bedrijven een deel omzet mis. Bovendien verlaten de oudere werknemers stilaan het bedrijf. Hun door de jaren heen opgebouwde kennis en ervaring moeten dus op een of andere manier worden gecapteerd. Een digitale (robot)assistent kan daarbij een oplossing zijn. Dat vormt echter geen bedreiging die jobs kan wegnemen zoals sommigen nog steeds denken, maar een manier om een deel van het werk over te nemen. Zo zullen werknemers makkelijker en correcter aan de slag kunnen, waarbij ze meer tijd krijgen om hun eigen creativiteit en intrapreneurship aan te wakkeren.”

Steven Stokmans: “Engie gebruikt momenteel al zo’n toepassing. Via de Hololens 3D-bril kunnen jonge werknemers vanop afstand worden geassisteerd door meer ervaren collega’s.”

Thierry Van Eeckhout: “Digitalisering maakt het werk intuïtiever. Daardoor kunnen mensen meerdere taken uitvoeren, los van hun ervaring. Zo is het aantal werkkrachten in onze digitale fabriek in Amberg gelijk gebleven, maar is de productiviteit vertienvoudigd. Bovendien ervaren de werknemers er dat de kwaliteit van hun werk sterk verbeterd is omdat hun job nu meer afwisselend is.”

Jelle Koning: “Doordat digitalisering het werk intuïtiever maakt, zullen bedrijven bovendien ook mensen kunnen aantrekken zonder de ervaring die in het verleden nodig zou zijn geweest voor de job. Ook op die manier is het een antwoord op de ‘war for talent’.”

Sam Schellekens: “Helaas vergeten nog te veel bedrijven om hun personeel voldoende in te lichten over de veranderingen die er staan aan te komen en welke positieve impact deze zullen hebben. Veel werknemers denken zo ten onrechte dat technologie hun job zal innemen, waardoor ze de verandering niet zullen omhelzen. Dat terwijl intussen bewezen is dat technologie veel meer jobs creëert dan het laat verdwijnen.”

Tom Van der Straeten: “Weerstand is een gevolg van de bedreiging die industrie 4.0 is voor de bestaande jobs en de status die mensen hebben. Weerstand is noodzakelijk in een veranderingstraject. Laten we dat ook omarmen en mensen door dat proces van weerstand begeleiden.”

Walter Auwers: “Bij de winnaars van de ‘Factory of the Future’-award nam het personeelsbestand met zo’n 10% toe, terwijl het bij de technologische industrie met gemiddeld 4 à 5% daalt. Bedrijven die sterk inzetten op digitalisatie en automatisatie zijn dus net beter in staat om hun mensen te houden. Dat toont aan dat het allerminst een bedreiging hoeft te zijn.”

Tim Waegeman: “De twijfels die velen erover hebben, worden vaak ook veroorzaakt door de manier waarop de technologie wordt geïntroduceerd. Zo werd een nieuwe robot bij een autofabrikant aanvankelijk niet zo positief onthaald, omdat de mensen een bepaalde manier van werken gewoon waren. Alle verandering is dus in principe nadelig voor hen, tenzij het voor hen ook een voordeel inhoudt (bijvoorbeeld meer comfort, vrijheid of afwisseling in hun job). Het komt er dus op aan om werknemers hierover in te lichten. Je mag hen niet gewoon uitleggen dat het bijvoorbeeld voor meer efficiëntie zal zorgen, want dat is vooral voordelig voor het management.”

Steven Stokmans: “Als bedrijf moet je de juiste omgeving creëren voor innovatie. Een cultuur waarin falen soms ook een optie is en waar mensen aangemoedigd worden om bij te leren.”

Paul Peeters: “Een aspect dat zeker helpt om werknemers mee te krijgen in de transitie is het belangrijke gegeven dat elke werknemer voortaan als consument verwacht dat wanneer online iets wordt besteld, het de volgende dag al wordt geleverd. Dat betekent meteen ook dat ze moeten aanvaarden dat dat binnen afzienbare tijd eveneens voor de maakindustrie zal gelden.”

Tim Waegeman: “In de fase van de integratie kunnen er nog heel wat bugs optreden. Indien de werknemers dan al betrokken zijn, creëert dat een perceptie dat het niet goed zal werken. Bedrijven moeten het dus eerst grondig doortesten om die interne weerstand te vermijden. Werknemers zijn geen testingenieurs.”

Sam Schellekens: “Ik ben akkoord dat een nieuwe technologie geleidelijk aan moet worden geïntroduceerd. Toch moeten de werknemers op een of andere manier al van voor de integratie worden warmgemaakt, zodat ze er op het moment zelf klaar en ontvankelijk voor zijn.”

Thierry Van Eeckhout: “Wanneer het voordeel snel voelbaar is, dan is dat een opportuniteit om hen er inderdaad wel zo vroeg mogelijk bij te betrekken. Industrie 4.0 gaat immers over een volledige bedrijfstransformatie waarbij de ideale status nooit zal worden bereikt. Het is eerder een continu verbeteringsproces. Wanneer er teveel angst is, zal het bedrijf de stap nooit kunnen zetten.”

Adriaan Van Horenbeek: “Industrie 4.0 gaat er net over dat we mensen beter laten werken. Mensen moeten zo snel mogelijk een antwoord krijgen op de vragen ‘wat zit er in voor mij’ en ‘wat is de toegevoegde waarde voor mij persoonlijk’. Pas dan kan je hen immers echt meekrijgen.”
 


 

Hoe belangrijk is de rol van het management?
 

Timothy Van Audenaerde: “We moeten afstappen van de ‘waterfall approach’ waarbij van bovenaf doelstellingen en de daarbij horende budgetten voor de komende jaren worden vastgelegd. Op die manier zal de risicoaversie groter zijn.”

Thierry Van Eeckhout: “Bedrijfsleiders die enkel hun KPI’s vooropstellen, zullen inderdaad onvoldoende enthousiasme en medewerking vinden bij de werknemers. Ze moeten dus beter communiceren over de voordelen voor die medewerkers.”

Jelle Koning: “Enerzijds moet een oprechte betrokkenheid worden gecreëerd. Anderzijds gaat het ook over lef tonen als management. Industrie 4.0 houdt immers een hele cultuurverandering in, terwijl het management net de drager is van die cultuur.”

Walter Auwers: “Je hoeft het ook niet noodzakelijk op te leggen. Je kan het ook zien als een soort van experiment. Door te luisteren naar de eerste indrukken en ervaringen van de medewerkers kan je dan verder optimaliseren. Op die manier worden de medewerkers meegenomen in het verhaal en zien ze het stilaan tot stand komen.”

Tim Waegeman: “Het lijkt me dan wel best om dit sporadisch te doen, en niet meteen fulltime. Veel zaken zijn immers nog in ontwikkeling en dienen dus verder te worden aangepast. Wanneer je iets te snel operationeel maakt, zal er door de frustraties mogelijk een interne barrière ontstaan bij de medewerkers.”

Sam Schellekens: “Betrokkenheid creëren kan op verschillende manieren. Het kan bijvoorbeeld ook door het platform open te stellen en uit te leggen waarom de verandering nodig is. Vervolgens kan je vragen of mensen interesse hebben om deel te nemen. Op die manier groeit stilaan een community, tot het moment dat haast iedereen wil deelnemen.”

Steven Stokmans: “Technologie dient in ieder geval om de mensen te versterken en moet ten dienste staan van hen. Om die reden zetten we in op artificiële intelligentie en cognitieve services, die het mogelijk maken om op een natuurlijke manier te interageren met technologie. Daarnaast is er ook het aspect van de werkplaatsveiligheid. Ook daar kunnen nieuwe technologieën een enorme meerwaarde zijn. Bij veel ondernemingen zou die reden zelfs bovenaan de investeringsprioriteiten moeten staan.”

Timothy Van Audenaerde: “Het aantal arbeidsongevallen is de afgelopen 20 jaar systematisch gedaald, maar de laatste 5 jaar zijn deze gestabiliseerd. Alle klassieke ingrepen zijn immers reeds toegepast. Nu kunnen enkel nieuwe technologieën (bijvoorbeeld big data, slimme camera’s, sensoren,…) nog zorgen voor een verdere verbetering.”

Tom Van der Straeten: “De betrokkenheid met de cultuur moet onderbouwd zijn door de organisatiestructuur. Bij veel bedrijven is deze structuur echter nog te piramidevorming, waardoor te veel mensen hun goedkeuring moeten geven over bepaalde zaken. We moeten werknemers meer verantwoordelijkheden geven én we mogen geen angst hebben om fouten te maken. Hieruit kan je net leren.”

 

Wat is het belang van opleidingen? En hoe moeten die worden georganiseerd?
 

Thierry Van Eeckhout: “De vraag is wat we verstaan onder opleidingen. In het verleden betekende dat haast altijd les volgen op schoolbanken. Nieuwe technologieën zijn vaak echter heel intuïtief, waardoor ‘learning on the job’ nog meer aan belang wint. Door digital twins stijgt ook de transparantie op het product, de productie en de performance, waardoor we steeds over accurate info beschikken.”

Steven Stokmans: “Blijven bijleren is de boodschap. Dat vraagt om een organisatiecultuur die inzet op levenslang leren en waarbij men inziet dat het cruciaal is om het collectief geheugen binnen de organisatie te blijven onderhouden.”

Timothy Van Audenaerde: “De digitalisatie kan ook helpen bij het opleiden van mensen, bijvoorbeeld via gamification, instructievideo’s op YouTube, enz. Zo wordt alles toegankelijker.”

Walter Auwers: “Om industrie 4.0 bij zichzelf geïntroduceerd te krijgen en mee te ontwikkelen, hebben bedrijven profielen nodig die het IT- en productieverhaal kunnen combineren. Veel bedrijven laten zich vandaag bijstaan door integratoren, in plaats van zelf een team samen te stellen. Het is dan wel belangrijk dat deze externe specialisten ook iets kennen van manufacturing en van de processen van dat bedrijf.”

Tim Waegeman: “De integratoren en interne mensen moeten elkaar op dat vlak vooral ook aanvullen en een partnership aangaan.”

Adriaan Van Horenbeek: “Het is ook een samenwerking over de silo’s van bedrijven heen. Zo trachten wij steeds een team samen te stellen waarin ook manufacturingexperts van de klant zitten. Zo maken we de connectie tussen de inzichten vanuit manufacturing en de meerwaarde van onze data scientists en statistici. Op deze manier is het mogelijk om advanced analytics echt in te bedden in manufacturing.”

Sam Schellekens: “Er zijn ook jobs die door de automatisatie volledig zullen verdwijnen. Het komt er dan op aan om deze mensen op te leiden, zodat ze opnieuw actief kunnen worden in een digitale wereld. Er zal immers altijd een tekort zijn aan bepaalde profielen, zoals bijvoorbeeld onderhoudsmechaniekers. Bedrijven, de overheid én de scholen moeten daarvoor gaan samenwerken. De werkgevers moeten op dat vlak alleszins hun verantwoordelijkheid opnemen.”

Thierry Van Eeckhout: “De verantwoordelijkheid ligt voor een stuk zeker ook bij de technologie-aanbieders. Zij moeten de technologie zo toegankelijk mogelijk maken, zodat iedereen - ook wie geen ervaring heeft - makkelijk mee kan.”

Paul Peeters: “Mensen leren ook enorm veel van elkaar. Zo zien we bijvoorbeeld dat het enorm goed werkt om bedrijven bij elkaar in de keuken te laten kijken. Zo overwinnen bedrijven de drempelvrees die ze vaak hebben, leggen ze waardevolle contacten en gaan ze veel sneller ook zelf aan de slag. Daarnaast nemen veel vooruitstrevende bedrijven vandaag geen mensen meer aan op basis van ervaring of diploma. Ze kijken eerder naar karaktereigenschappen, zoals leergierigheid, motivatie, flexibiliteit, enz. Dat is nu eenmaal meer dan ooit mogelijk, omdat technologie veel jobs toegankelijker heeft gemaakt.”

Tom Van der Straeten: “Je kan het vergelijken met leren fietsen. Je moet het eerst en vooral willen leren en er het voordeel van willen inzien. En als je valt, moet je terug rechtstaan en opnieuw verder proberen. Enkel zo kan je het goed onder de knie krijgen.”