“Het aantal bedrijven dat aan innovatie doet, moet de hoogte in. Momenteel is 40% van de Vlaamse bedrijven absoluut niet bezig met innovatie, en dat is te veel. Bovendien moeten we ook anders innoveren. Innovatie mag niet meer enkel in het labo gebeuren. Dat aspect is weliswaar essentieel, maar het is niet langer voldoende om het verschil te maken. Men moet ook creatief nadenken over businessmodellen, hoe men naar de markt gaat, hoe de klant beter kan worden betrokken, hoe men het nieuwe product aantrekkelijk en functioneel kan maken en hoe men daarmee aan bestaande noden kan beantwoorden”, zegt Cools.

 

Creatieve industrie als hoeksteen

“Om Vlaanderen een innovatieve uitstraling te geven, is de betrokkenheid van de creatieve industrie van groot belang. Dat geldt niet enkel voor Vlaanderen, ook Europa erkent dit. Het gaat daarbij om meer dan enkel uitstraling. Er zijn in Vlaanderen maar liefst 125.000 mensen actief binnen deze sector, goed voor een toegevoegde waarde van 7 miljard euro. In Europa is het de derde grootste werkgever. We kunnen de creatieve industrie dus maar beter serieus nemen en er voldoende in investeren.”

 

We moeten evolueren richting een inspiratie-economie, waarin we door kruisbestuivingen en samenwerkingen tussen verschillende sectoren komen tot betere doorbraken. Het delen van kennis en ideeën wordt onze belangrijkste grondstof

 

Inspiratie en samenwerking

Cools: “We moeten evolueren richting een inspiratie-economie, waarin we door kruisbestuivingen en samenwerkingen tussen verschillende sectoren komen tot betere doorbraken. Het delen van kennis en ideeën wordt onze belangrijkste grondstof. Hierin is een speciale rol weggelegd voor de creatieve sector, die kan samenwerken met bijvoorbeeld de bouw-, voedings- of transportsector. Men mag niet langer langs elkaar doorwerken, want dan gaat er een enorm potentieel verloren.”

 

Vlaanderen redden via innovatie

“Indien we niet inzetten op voorgaande drie punten, dan zullen we het als regio nog zeer moeilijk krijgen. Innovatie moet enerzijds de wereld redden door bijvoorbeeld het klimaatprobleem op te lossen of het bestrijden van hongersnood, maar moet anderzijds - en vooral - ook onze jobs en welvaart redden. Op het kostenaspect kunnen we niet concurreren met landen waar de loonkost lager ligt. Ook op het vlak van efficiëntie is er niet veel groeimarge meer. Wij Belgen zijn al de meest productieve werknemers van Europa. We moeten dus met dingen komen die anderen nog niet doen, willen we competitief blijven”, besluit Cools.