Peter Demuynck, algemeen directeur van Agoria Vlaanderen, pleit voor meer inspanningen om innovatie te valoriseren en hoopt in de toekomst op een nog betere samenwerking tussen overheid, onderzoeksinstellingen en bedrijven.

 

Waarom is een focus op innovatie belangrijk voor Vlaanderen?

“Innovatieve producten en diensten - en met name uit de technologische industrie - zorgen voor oplossingen voor de grote uitdagingen van vandaag, onder meer op het vlak van mobiliteit, veiligheid, onderwijs en klimaat. Er schuilt dus een groot algemeen maatschappelijk belang in het stimuleren van innovatie. Zo kunnen slimme verkeerslichten zorgen voor een betere verkeersdoorstroming. In het onderwijs kunnen jongeren dankzij smart schools en digitaal onderwijs profiteren van onderwijs op maat. In de strijd tegen de klimaatopwarming en de uitputting van fossiele brandstoffen zorgen alternatieve energiebronnen zoals zonnepanelen en windmolens voor meer ademruimte. Ook de elektrische wagens dragen hier hun steentje bij. Vlaanderen soort trouwens ook goed op vlak van life sciences, met heel wat innovatie op medisch vlak. Innovatie is en blijft de motor van de economie en de maatschappij.”

 

Met investeringen in innovatie van 2,69 procent van het BBP scoren we dan ook een stuk beter dan het Europese gemiddelde van 1,95 procent.

 

Hoe scoort Vlaanderen op de innovatiebarometer in vergelijking met andere Europese landen en de rest van de wereld?

“We zijn erg actief op vlak van innovatie en er wordt heel veel geïnvesteerd. Met investeringen in innovatie van 2,69% van het BBP scoren we dan ook een stuk beter dan het Europese gemiddelde van 1,95%. Het leeuwendeel (70%) van deze inspanning komt vanuit de bedrijven. Dat is een gevolg van het exportgerichte karakter van de Vlaamse bedrijven. Als je op internationaal vlak wil blijven meedraaien, heb je geen andere keuze dan de kaart van innovatie te trekken. Vlaanderen moet zijn innovatieve karakter echter nog meer als troef uitspelen naar de rest van de wereld. We zouden meer moeten investeren in de promotie van Vlaanderen als centrum van innovatie. Zo kunnen we de vele inspanningen nog meer valoriseren.”

 

Wat moet er gebeuren om het innovatieve landschap in Vlaanderen verder te versterken?

“Eerst en vooral zijn er nog inspanningen nodig om de samenwerking tussen de kennisinstellingen, de onderzoekscentra en de bedrijven te optimaliseren. In tegenstelling tot andere Europese landen is ons publiek gefinancierd onderzoek veel minder vraaggestuurd vanuit de private sector. Hierdoor sluiten de vele inspanningen van onze universiteiten en onderzoeksinstellingen zoals IMEC soms onvoldoende aan op de noden van de Vlaamse bedrijven. Ook de succesratio van innovatief onderzoek dat uitmondt in producten en oplossingen die met succes vermarkt worden, kan nog een stuk hoger. Dat is ook mogelijk, maar dan moet de samenwerking tussen alle entiteiten versterkt worden.”

 

Welke rol speelt de overheid in het stimuleren van innovatie?

“Ik zie een grote verantwoordelijkheid voor de overheid om te stimuleren dat we als regio kunnen uitgroeien tot een technologische hotspot in bepaalde domeinen. We hebben alle troeven in handen om bijvoorbeeld uit te groeien tot het Europees, wie weet zelfs internationaal, centrum van de (auto)batterij van de toekomst. De oprichting van de zogenaamde speerpuntclusters helpt alvast om de middelen te bundelen voor belangrijke hoogtechnologische domeinen waarmee we ons kunnen onderscheiden. Daarnaast moeten er ook voldoende middelen zijn om innovatie in de bedrijven zelf te ondersteunen. Kleine en grote bedrijven die innoveren, kunnen vandaag al een beroep doen op verschillende vormen van financiële steun. De overheid moet erover waken dat de instrumenten hiervoor simpel en toegankelijk zijn om innovatie alle kansen te geven.”

 

Wat zijn de trends op vlak van innovatie in Vlaanderen?

“Vroeger was er een sterke focus op productinnovatie, wat in een bedrijf vooral het domein was van onderzoek en ontwikkeling. Vandaag zien we dat innovatie meer en meer geadopteerd wordt door alle entiteiten van een bedrijf met als doel om de globale customer experience te verbeteren. Zo is er een duidelijk trend naar proces- en businessmodelinnovatie. Met Agoria willen we hierop inspelen door bedrijven die zoeken naar nieuwe businessmodellen te ondersteunen en te adviseren. Een innovatief zakenmodel kan een belangrijk competitief voordeel opleveren. Automerken die niet langer auto’s, maar wel mobiliteit zullen verkopen,is één van de typische voorbeelden. Daarnaast stellen we vast dat de innovatiecycli steeds korter worden. Bedrijven moeten dus zeer kort op de bal spelen om innovatief en onderscheidend te blijven. Op technologisch vlak verwacht ik veel van virtual reality en blockchain. Je ziet dat veel bedrijven uit verschillende sectoren hierin geïnteresseerd zijn.”

 

Met Agoria zetten jullie met de campagne rond ‘Factory of the future’ stevig in op innovatie in de maakindustrie. Tot welke resultaten heeft dit geleid?

“Er zijn vandaag zestien bedrijven in Vlaanderen die erkend zijn als ‘Factory of the future’. Al deze bedrijven hebben sterk ingezet op innovatie. Samen hebben zij gezorgd voor 11% extra tewerkstelling in Vlaanderen. Dankzij hun globale investeringen van 500 miljoen euro in digitalisering hebben zij hun gemiddelde doorlooptijd van order tot levering met 80% kunnen reduceren. Dat maakt een gigantisch verschil.”

 

Het blijft een uitdaging om het onderwijs perfect te laten aansluiten op de kennis, vaardigheden en soft skills die bedrijven nodig hebben.

 

Hoe belangrijk is de samenwerking tussen bedrijven, universiteiten en hogescholen?

“Het belang kan niet overschat worden. In gezamenlijke cocreatieprojecten met kennisinstellingen kan technologische innovatie in een zo vroeg mogelijk stadium meegenomen worden. Voor het onderwijs van de toekomst is het cruciaal dat we de nadruk leggen op creativiteit, innovatie en probleemoplossend vermogen, zelfs in een basisschool. Het duaal leertraject, waarbij jongeren niet alleen op school, maar ook op de werkvloer de nodige competenties aanleren, volgt deze denkwijze. Het blijft een uitdaging om het onderwijs perfect te laten aansluiten op de kennis, vaardigheden en soft skills die bedrijven nodig hebben.”