Ingrid Reynaert, Business Group Leader Markets van Agoria, geeft duiding.
 

In smart cities wordt data van diverse domeinen geïntegreerd, geanalyseerd en gevisualiseerd om nieuwe diensten te ontwikkelen die het comfort van de burger en de bestuursefficiëntie verhogen. De meeste discussies gaan niet over de definitie, maar over de invulling ervan. Waarvoor wordt data exact gebruikt? Om de mobiliteit in de stadskern anders aan te pakken? De veiligheid te verhogen? Openbare gebouwen efficiënter te beheren? Daar moeten keuzes gemaakt worden, want een stad kan niet alles ineens aanpakken.

Goede wil is er alvast genoeg. De centrumsteden hebben de voorbije jaren een smart cities-coördinator aangesteld en sinds kort worden de eerste data-experten aangeworven. Ook diverse pilootprojecten wakkeren de bewustwording over het belang van data aan bij de lokale besturen.

 

Voorbeelden?
 


IT-infrastructuur moet een nutsvoorziening worden zoals elektriciteits- of waterleidingen.
 

In Antwerpen bepalen 450 vuilnisbakken met ingebouwde sensor mee de route van de ophaaldienst. Een parkeerapp in Kortrijk leidt auto’s en fietsen sneller naar een vrije parkeerplaats. Bonheiden koppelt technologie aan kermismunten om meer scholieren op de fiets te krijgen. Brugge rustte als eerste in België een scooter uit met ANPR-camera’s die het parkeergedrag monitoren. Waver heeft een wijk met intelligente LED-straatlampen waarvan de lichtsterkte zich aanpast naargelang het type voorbijganger (voetganger, fietser of automobilist). Gent verzamelt alle data over mobiliteit in een mobiliteitsdashboard. Antwerpen rolt na een succesvol proefproject 160.000 slimme watermeters uit. Gerpinnes en acht deelgemeenten digitaliseerden hun kerkhoven met behulp van drones. Geen gebrek aan initiatieven dus.

De uitrol van een smart city kan enkel slagen als er de politieke wil is om in te zetten op data, er een horizontaal beleid wordt gevoerd en de samenwerking tussen het politieke en ambtelijke niveau optimaal verloopt.

 

Maar er is meer nodig…
 

We staan nog maar aan het begin van de uitrol van het ‘Internet of Things’ en van toepassingen met real-time datasets. Om de pilootfase te overstijgen, zal meer nodig zijn.

Een eerste belemmerende factor is de gebrekkige IT-infrastructuur bij de lokale besturen en het gebrek aan capaciteit en kennis over data(-beheer), behalve in de grootsteden. Ofwel zal iedere gemeente of cluster van gemeenten een eigen dataplatform ontwikkelen, ofwel moet de regionale overheid haar rol opnemen. IT-infrastructuur moet een nutsvoorziening worden zoals elektriciteits- of waterleidingen. Dataverwerkingsplatformen, datacenters en connectiviteit zijn dé drie IT-faciliteiten die strikt noodzakelijk zijn om de enorme hoeveelheden data die op ons afkomen aan te kunnen.

Een andere belemmerende factor is de financiële slagkracht van de lokale besturen. Een smart city bouw je niet alleen, maar in samenwerking tussen private en publieke sector. Er dienen zich nieuwe businessmodellen aan, zoals dienstenmodellen waarbij de private sector de risico’s op zich neemt. Er is ook de nieuwe wetgeving omtrent overheidsopdrachten. Die maakt het mogelijk om meer functioneel aan te besteden zodat niet enkel de prijs de doorslaggevende factor is, maar ook de total cost of ownership en de performantiecapaciteit van de contractant.

Kortom, Smart Cities dagen onze steden en gemeenten uit, zowel tot digitale transformatie als tot transformatie op strategisch, operationeel en financieel niveau.