Op welke gebieden heeft Vlaanderen een voortrekkersrol?

“We moeten daar niet flauw over doen: Vlaanderen is een kleine regio. Dat heeft echter ook heel wat voordelen. Binnen een straal van pakweg 50 kilometer vind je hier performante bedrijven, kenniscentra, universiteiten, enz. Dat schept interessante mogelijkheden om met elkaar samen te werken en kennis te delen. Die samenwerking is voor mij essentieel om innovatie mogelijk te maken. Ik ga daarbij uit van een triple-helix: een partnerschap van bedrijven, sectoren, kenniscentra en overheid.”

“Ik merk ook dat steeds meer bedrijven voor dat model durven te kiezen. Er zijn mooie voorbeelden van bedrijven en instellingen die samenwerken op gebieden waar ze dat misschien nooit hadden gedacht, maar waaruit schitterende dingen voortkomen. Een textielproducent die meewerkt aan het aanleggen van algenkwekerijen op zee bijvoorbeeld. Maar laten we toch ook maar niet uit het oog verliezen dat wij in Vlaanderen ook schitterende dingen doen in bijvoorbeeld de biotechsector of op het vlak van nanotechnologie. Ik verwacht overigens heel veel van de samenwerking tussen Imec en iMinds.”

Wat moeten we verwachten van het Vlaamse innovatiebeleid?

“De komende maanden zal het clusterbeleid volop worden uitgerold. Met het clusterbeleid wil ik die strategische samenwerking tussen bedrijven, sectoren en onderzoekers stimuleren en zo de economische impact van innovatie de komende jaren gevoelig doen stijgen.”

“Er komen 2 soorten clusters: de speerpuntclusters en de innovatieve bedrijfsnetwerken. De speerpuntclusters omvatten de grote innovatieve domeinen, die in de toekomst economisch het verschil kunnen en zullen maken, zowel op het vlak van werkgelegenheid als naar toegevoegde waarde. Daarnaast werden al een aantal kleinere innovatieve bedrijfsnetwerken geselecteerd. De filosofie is dezelfde als bij de speerpunten, alleen gaat het in deze gevallen over toekomstig potentieel, opkomende markten of bijvoorbeeld een aantal kleinere initiatieven die zich bundelen.”

“Beide soorten clusterorganisaties zullen op zich vrij klein zijn. Hun rol is het samenbrengen van spelers en op zoek gaan naar interessante samenwerkingsopportuniteiten, ontwikkelingen en internationale linken. De clusterorganisaties kunnen projecten indienen en activiteiten organiseren, die dan op hun beurt kunnen rekenen op steun vanuit de Vlaamse Overheid. Heel belangrijk daarbij vind ik dat het een vraaggedreven proces is, bottom-up. De clusters ontstaan op vraag van de bedrijven en instellingen zelf, niet op vraag van de overheid.”