Het potentieel van ‘differentiële diagnoses’

De huidige testen laten toe om één gen tegelijk te onderzoeken op mutaties. Men verwijdert daarbij de tumor van een kankerpatiënt of doet een biopsie, en neemt vervolgens stalen om de testen op uit te voeren. Zo’n sequentiële werkwijze is een erg intensief proces en het geeft telkens slechts een deel van de informatie.

Daarom worden nu testen ontwikkeld waarmee men meerdere genen tegelijk kan onderzoeken. Zo krijgt men meer informatie op éénzelfde staal en op hetzelfde moment. Dit creëert niet alleen een tijdsvoordeel, maar ook meer efficiëntie. Bij sommige kankers is het beschikbare materiaal immers niet voldoende om alle aparte testen te doen.

In de toekomst zal men met één staal mogelijk een ‘moleculair profiel’ van de tumor kunnen schetsen. Oncologen zullen dan op basis van dat profiel zeer snel beslissingen kunnen nemen en de gepaste behandeling meteen kunnen opstarten of aanpassen.

De rol van ‘companion diagnostics’

Er wordt sterk geloofd in diagnostische testen die kunnen nakijken welke van de beschikbare medicijnen kans hebben om de patiënt effectief te behandelen. Dit is dus één test voor een brede waaier van gepersonaliseerde behandelingen.

Een voorbeeld van een dergelijke test is de SOMATIC 1 MASTR Dx die toelaat om de genen NRAS, KRAS en BRAF na te kijken op alle mutaties in het DNA die de patiënt al dan niet geschikt maken voor behandeling met verschillende geneesmiddelen die inwerken op deze doelmoleculen. De geneesheer kan op die manier het beste geneesmiddel kiezen voor de behandeling van de patiënt.

Kanker als chronische ziekte

Het is van groot belang om uitzaaiingen vroegtijdig te kunnen opsporen en behandelen. Momenteel werkt men aan een reeks van testen die moet toelaten om, vertrekkende van kleine stukjes DNA die vrij in het bloed van de patiënt voorkomen, vroegtijdig kanker primair of secondair op te sporen en de meest effectieve behandeling voor te schrijven.

Wanneer deze testen op punt staan wil men kanker tot een chronische ziekte herleiden. We kunnen de kanker dan misschien nog niet helemaal uitroeien, maar wel onderdrukken zodat de levenskwaliteit en de levensduur van de patiënten er sterk op vooruitgaan.