Meer uitleg door Johan Cardoen, algemeen directeur van het VIB.

 

Welke evoluties stelt u vast binnen de biotechsector?
 

“We merken dat onze Belgische biotechcluster internationaal heel wat visibiliteit krijgt. Zo slaagden sinds begin dit jaar al meerdere start-ups erin om behoorlijk wat middelen op te halen bij internationale consortia van investeerders. Deze fondsen, die nog nooit eerder investeerden in Belgische bedrijven, vinden sinds kort dus de weg naar onze biotechsector. Uiteraard is dat een zeer positieve evolutie. Eenmaal deze fondsen hier investeren, leren ze het ecosysteem immers beter kennen. Dat biedt perspectieven voor nog meer investeringen in andere jonge biotechbedrijven. Normaal komen deze fondsen er trouwens pas bij in latere rondes, maar nu investeren ze dus al vanaf de start-upfase.”

 

Welke tekenen wijzen verder nog op een groeiende internationale interesse?
 

“We zien dat steeds meer buitenlandse biotechbedrijven in België naar de beurs gaan. Dat bewijst dat wij een zeer biotechvriendelijke beurs hebben die in staat is om deze bedrijven in hun groei te ondersteunen. Op het vlak van marktkapitalisatie zijn we de nummer twee in Europa. We staan dus duidelijk in de schijnwerpers van heel wat internationale investeringsfondsen. Daarnaast mogen we dit jaar voor het eerst in België de internationale Bio€quity conferentie ontvangen. Op deze conferentie ontmoeten investeerders en bedrijven uit de biotech en life sciences elkaar. Dat zal ons land een unieke visibiliteit bezorgen en nieuwe internationale fondsen aantrekken.”

 

Hoe kunnen we dat succes bestendigen?
 

“We beschikken in België over een aantrekkelijk innovatie-ecosysteem dat gebaseerd is op een langetermijnvisie en goede wetenschap. Er is immers niet enkel het VIB, maar ook onze universiteiten, imec en tal van andere onderzoeksinstellingen bieden een enorme meerwaarde. Biotech is nu eenmaal kennisgedreven. Om aantrekkelijk te blijven voor buitenlandse investeerders en bedrijven moeten we dus ook in de toekomst blijven investeren in innovatie. We mogen absoluut niet blijven stilzitten.”


Om aantrekkelijk te blijven voor buitenlandse investeerders en bedrijven moeten we blijven investeren in innovatie. We mogen absoluut niet blijven stilzitten.
 

“Daarnaast zie ik nog heel wat opportuniteiten in een multidisciplinaire samenwerking en kruisbestuiving met andere sectoren. We beschikken binnen onze cluster alvast over een perfecte mix van zeer diverse spelers (universiteiten, kennisinstellingen, jonge startende bedrijven, mature bedrijven, internationale farmaceutische spelers,…). Door de combinatie van expertises over verschillende domeinen heen zullen er heel wat nieuwe kansen ontstaan voor start-ups.”

 

Welke rol kan de overheid spelen?
 

“Onderzoekscentra zoals imec, VITO en het VIB krijgen alvast heel wat middelen van de overheid. Deze kunnen worden gezien als strategische langetermijninvesteringen waarmee de overheid het initiatief faciliteert om bepaalde opportuniteiten te verkennen en te onderzoeken. De verantwoordelijkheid daarvoor legt ze bij de kennisinstellingen. Dat lijkt me trouwens de juiste aanpak.”

We merken dat onze Belgische biotechcluster internationaal heel wat visibiliteit krijgt.

“Ik ben ervan overtuigd dat de beste initiatieven bottom-up komen vanuit de kennisinstellingen en de onderzoekers die daaraan verbonden zijn. Het komt er dan wel op aan om elkaar de tijd te geven en door een combinatie van complementaire expertises zaken te realiseren die anders niet mogelijk zouden zijn.”

 

Hoe zal VIB daartoe bijdragen?
 

“We moeten de ingeslagen weg verder blijven volgen. Het aantrekkelijke en unieke innovatie-ecosysteem dat we intussen hebben uitgebouwd moeten we immers absoluut behouden en zelfs naar een nóg hoger niveau proberen te tillen. Het combineren van disciplines zal daar zeker een rol bij spelen. Maar ook binnen de life sciences zelf kan er nog meer worden samengewerkt over verschillende kennisinstellingen heen.”

“Daarnaast mogen we voor de financiering van experimentele projecten niet enkel vertrouwen op risicokapitaal. Ook vanuit het VIB zelf moeten we eigen middelen investeren om het initiële risico weg te nemen, meer data te genereren en tot sterkere proof of concepts te komen.”

 

Hoe ziet u de toekomst?
 

“We zullen in de toekomst evolueren naar een meer gepersonaliseerde geneeskunde. Hierdoor neemt het belang van big data verder toe. Die data zullen het immers mogelijk maken om mensen zeer doelgericht verder te helpen en zelfs preventief op te treden. Daarnaast zullen allerlei sensoren en kleine devices (bijvoorbeeld nanotechnologie) voor een revolutie zorgen binnen de life sciences. We beschikken met onder meer imec en VITO alvast over heel wat expertise binnen deze domeinen. Door die expertise te combineren, kunnen we het verschil maken. Uiteindelijk hebben heel wat bedrijven in de life sciences wegens andere prioriteiten bepaalde projecten on hold staan, die mits het aantrekken van extern kapitaal kunnen leiden tot spin-offs met een enorm potentieel.”