Meer uitleg door Christine Van Broeckhoven, professor in de moleculaire biologie en genetica aan de Universiteit Antwerpen en het VIB.
 

“Het is duidelijk dat er uit de biologische hypothese, die aan de basis lag voor het ontwikkelen van meer efficiënte medicatie tegen neurodegeneratie, al meer dan 20 jaar geen resultaten meer zijn voortgevloeid die onder de vorm van nieuwe medicatie naar de markt konden worden gebracht. Uiteraard is dat erg jammer, want de patiëntengroep is intussen sterk gegroeid. Voor alle patiënten, verzorgers, artsen en familie is het een tegenslag”, opent Van Broeckhoven.

“De biologische hypothese is gebaseerd op de amyloïde hypothese, waarbij de amyloïde plekken eerst ontstaan in de hersenen en dan langzaam maar zeker hun omgeving vergiftigen met als gevolg dat de hersencellen afsterven. Er wordt dus stilaan afgestapt van deze dominante hypothese, maar het academische onderzoek blijft echter onverminderd verderlopen. Het betekent in ieder geval dat de ziekte van Alzheimer veel complexer is dan we ooit hadden durven te denken. Het is dan ook een hersenziekte, en hersenen laten zich nu eenmaal niet makkelijk manipuleren via medicatie. Het lijkt er nu dus op dat we te lang hebben vastgehouden aan een te simpele hypothese.”

 

Patiëntengroepen
 

“Nieuwe technieken die amyloïde via beeldvorming en in het hersenvocht opsporen, hebben alvast aangetoond dat meer dan een derde van de patiënten met een klinische diagnose van de ziekte geen amyloïde pathologie hebben. Ze lijden dus wel aan neurodegeneratie, maar hebben niet de pathologie die men klinisch beschrijft als ‘Alzheimer’. Op die manier is er een kloof ontstaan tussen klinische en pathologische Alzheimer. Indien er dus een amyloïde therapie zou zijn ontwikkeld, dan zou een derde van de patiënten daar niet op reageren en de resultaten daarvan dus doen afwijken.”

“Het positieve is wel dat de nieuwe opsporingstechnieken nu toelaten om een onderscheid te maken tussen deze twee patiëntengroepen. Zo kunnen reeds ontwikkelde medicijnen - die in het verleden onvoldoende resultaat leken te hebben - opnieuw worden getest bij de juiste groep, of kunnen zelfs nieuwe medicijnen worden ontwikkeld en getest. Er lopen immers nog steeds een honderdtal relevante projecten”, aldus Van Broeckhoven.

 

Diverse risicofactoren
 

“Het is dus duidelijk dat de ziekte van Alzheimer meer is dan enkel een amyloïde probleem. Recente genetische data uit zeer grote groepen van patiënten tonen alvast aan dat ook het immuunsysteem een zeer belangrijke rol kan spelen bij een verhoogd risico op de ziekte. Daarnaast weten we al langer dat ook de sterkte en snelheid van het hersencellennetwerk en de vethuishouding een invloed hebben. De biologische omgeving van de ziekte in de hersenen dient dus mee in acht te worden genomen als risicofactor.”

Van Broeckhoven: “Dat maakt het echter moeilijk om eenvoudige medicatie te ontwikkelen. We zullen een breder beeld moeten krijgen van de hersenen en het ziekteproces. Bovendien moeten we rekening houden met de veroudering van de hersenen zelf, waarbij bepaalde mechanismen niet meer goed zullen werken en zo het risico op de ziekte van Alzheimer verhogen.”

 

Mentaal, sociaal én lichamelijk actief blijven
 

“Bovendien is ook de levenswijze een belangrijke factor. De grootste risicogroepen zijn de 65-plussers. Wanneer zij stoppen met werken, is het zeer belangrijk dat ze toch op zo veel mogelijk manieren actief blijven met bijvoorbeeld hobby’s, vrijwilligerswerk, het blijven onderhouden van sociale contacten, het opvolgen van trends,enz. Zo blijven hun hersenen nieuwe prikkels ontvangen en dat is essentieel om vroegtijdige dementie te vermijden - het kan er zelfs voor zorgen dat het ziekteproces wordt uitgesteld”, legt Van Broeckhoven uit.


De generatie van de babyboomers heeft een lager risico op dementie dan de generaties voor hen.
 

“Deze stelling blijkt duidelijk uit het feit dat de generatie van de babyboomers een lager risico heeft op dementie dan de generaties voor hen. Zij zijn doorgaans beter opgeleid en vertonen bijgevolg meer hersenactiviteit die hen mogelijk beschermt tegen dementie. Dat wil niet zeggen dat iedereen moet blijven werken, maar wel dat men op een of andere manier toch actief moet blijven. Gelukkig weet ik uit ervaring dat de groep tussen de 60 en 80 jaar over het algemeen zeer actief is.”

“Daarnaast speelt ook de lichamelijke activiteit een zeer belangrijke rol. Onderzoeken hebben immers aangetoond dat je zo de gezondheid van de bloedvaten in je hersenen kan beschermen en je hersenactiviteit kan verbeteren. Door mentaal en fysiek actief te blijven op een manier die je zelf kiest, kan je dus het risico op de ziekte van Alzheimer verminderen en de evolutie ervan vertragen. Er zijn echter ook factoren die een negatieve invloed kunnen hebben. Daarbij denk ik in het bijzonder aan het overmatig gebruik van alcohol, chemotherapie, anesthesie, enz.”

 

Vroegere diagnose en behandeling
 

“De nieuwe technieken om amyloïde op te sporen maken het alvast mogelijk om een vroegere en meer betrouwbare diagnose te stellen. 10 tot 20 jaar voor men de typische symptomen van de ziekte krijgt, wordt er in de hersenen immers al amyloïde gevormd. Medicatie of behandelingen die in zo’n vroeg stadium al kunnen ingrijpen, zouden ervoor kunnen zorgen dat men uiteindelijk de symptomen van de ziekte kan vermijden. Aangezien ik persoonlijk aan de wieg stond van de amyloïde hypothese ben ik hier zeer blij mee.”

Van Broeckhoven: “Alzheimer is complexer dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden, maar de inzichten rond amyloïde hebben er toch alvast toe bijgedragen dat we nu in een zeer vroeg stadium al kunnen ingrijpen. Maar gezien de complexiteit zal dat dan wel moeten gebeuren met meer diverse en op maat ontwikkelde behandelingen.”

 

Belang van amyloïde herbekijken
 

“De vraag is of amyloïde plekken in de hersenen nog wel een doelwit moeten zijn voor het ontwikkelen van medicatie. Misschien is het dan wel al te laat en bevindt de ziekte zich op dat moment al in een vergevorderd stadium? Het zou bijvoorbeeld een poging van de hersenen kunnen zijn om zichzelf te beschermen. In dat geval dienen we dieper te kijken naar neurodegeneratie - het afsterven van de hersencellen nog voor er amyloïde plekken ontstaan. Ook in de toekomst zal de ziekte van Alzheimer dus een bijzonder boeiend onderzoekdomein blijven.”