Vlaanderen is de thuisbasis van heel wat internationale bedrijven en kleinere lokale spelers in het domein van life sciences, farmacie, biotechnologie en medische beeldvorming. Die rol werd ons onder meer toegespeeld omdat Vlaanderen over een uitstekend life sciences innovatie-ecosysteem beschikt, strategisch goed gelegen is, interessante fiscale voordelen biedt en een hoge levenskwaliteit onderhoudt bij de inwoners. Maar er is meer.

Hoe verklaart u het succes van Vlaanderen als ideale voedingsbodem voor life sciences bedrijven?

“Bedrijven in de sector zijn kennisgedreven bedrijven. In Vlaanderen hebben we een uitgebreid ecosysteem van onderzoeks- en kenniscentra, denk maar aan het VIB, onze universiteiten en het Tropisch Instituut voor Geneeskunde. De beschikbare kennis en expertise werkt inspirerend en vormt de ideale voedingsbodem voor innovatie projecten. Zowel jonge start-ups als internationale farmaceutische bedrijven vinden hier alle belangrijke partners om een samenwerking uit te bouwen en kunnen vissen in een vijver van talent en knowhow. Naast de vele grote en kleine R&D- en farmabedrijven zijn er door de jaren heen ook heel wat service providers bijgekomen die specifieke diensten leveren voor de sector. In de jaren tachtig telde Vlaanderen amper een handvol biotechbedrijven, waaronder PGS (Plant Genetic Systems) en Innogenetics. We zien trouwens dat heel veel mensen die vandaag in de sector actief zijn, afkomstig zijn uit deze bedrijven.”

Welke rol heeft de Vlaamse overheid hierin gespeeld?

“Midden jaren negentig heeft de overheid de biotech- en life sciences sector naar voor geschoven als een belangrijk strategisch speerpunt. Het doel was om op lange termijn te investeren in kennis en onderzoek, om deze later te vertalen naar een economisch toegevoegde waarde. Met deze gedachte werd het VIB als strategisch onderzoekscentrum opgericht.”

Blijft er ook in de toekomst een belangrijke rol weggelegd voor de publieke sector in de ondersteuning van R&D-bedrijven in Vlaanderen?

De doorlooptijd van onderzoeksprojecten in de life sciences sector is erg lang en de slaagkans blijft relatief laag, waardoor de risico’s groot zijn.

“Het is goed om te zien dat dit ook in de toekomst hoog op de politieke agenda blijft staan. De steunmaatregelen van het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen zijn een belangrijke hefboom voor startende bedrijven. De doorlooptijd van onderzoeksprojecten in de life sciences sector is doorgaans erg lang en de slaagkans blijft relatief laag, waardoor de risico’s groot zijn. De overheidssteun is dan ook een belangrijk en pragmatisch instrument ter bevordering van de innovatie in de sector. De overheid moet de juiste randvoorwaarden scheppen zodat we al deze activiteiten op Vlaamse bodem kunnen houden. Ook de universiteiten en het VIB zijn als onderzoekspartners en leveranciers van expertise en talent cruciaal voor de Vlaamse R&D-bedrijven. Met het VIB willen we onze expertise laten renderen via start-ups en laten we onze kennis ook doorstromen naar bedrijven die reeds langere tijd aanwezig zijn.”

Wat is het belang van private investeerders en toeleveranciers voor de sector?

“Privékapitaal is essentieel voor de opstart van nieuwe bedrijven. Zoals ik al zei, vraagt de opstart van onderzoeksprojecten veel tijd. Er is dus vertrouwen en geld nodig om deze periode te kunnen overbruggen. Daarnaast is groeikapitaal even belangrijk om de positie van jonge bedrijven te consolideren en hun groei verder te stimuleren. Dankzij het unieke ecosysteem in Vlaanderen, fungeren we als een interessante innovatiehub voor investeerders. Sinds 2015 zien we dat buitenlandse investeringsfondsen opnieuw actief scouten voor investeringsopportuniteiten in Vlaanderen. Ook voor buitenlandse bedrijven en toeleveranciers voor de sector is Vlaanderen een interessante vestigingsplaats. Zo kunnen we ook in de toekomst blijven groeien.”

Welke trends ziet u vandaag in de biotechnologische sector?

Het valt op dat de incubatietijd van start-ups veel langer duurt dan vroeger, zeker in Europa. Vroeger kon je met een goed investeringsplan al de nodige investeerders aantrekken, maar dat is vandaag niet langer voldoende.

“Het valt op dat de incubatietijd van start-ups veel langer duurt dan vroeger, zeker in Europa. Vroeger kon je met een goed investeringsplan al de nodige investeerders aantrekken, maar dat is vandaag niet langer voldoende. Het onderzoek moet nu al ver genoeg gevorderd zijn en je moet al een overtuigend concept kunnen voorleggen om investeerders te overtuigen. Er zijn vandaag enkele domeinen waar veel interesse voor is, zoals immuno-oncologie, alternatieven voor antibiotica en ook geneesmiddelen tegen de ziekte van Alzheimer. Ook kruisbestuivingen van verschillende disciplines geven aanleiding tot nieuwe opportuniteiten. Zo gebeurt er momenteel heel wat onderzoek naar de link tussen neurologie en immunologie. Het VIB zelf ziet veel potentieel in start-ups die zich baseren op de combinatie van assets en expertise.”

En hoe evolueert de agrosector?

“De agrosector is een geconsolideerde sector met veel diversificatie. In deze sector heeft het VIB op het vlak van innovatie een voortrekkersrol gespeeld met verschillende start-ups, zoals Devgen, CropDesign en Agrosavfe. We zien dat de actieve spelers aanzienlijke investeringen doen in oplossingen die innovatief en onderscheidend zijn. Zo is er vandaag veel interesse voor nieuwe biologische pesticiden en de uitgebreide mogelijkheden van big data. Door de combinatie van slimme sensoren en klimatologische wetenschappen ontstaan er heel wat nieuwe opportuniteiten die de efficiëntie en de productiviteit in de landbouwsector stimuleren.”

Hoe doet Vlaanderen het op het vlak van medische innovatie?

“We beschikken over een snel en pragmatisch systeem wat betreft klinische studies, dat is alvast een grote troef. In de Belgische ziekenhuizen en klinische onderzoekscentra worden ook heel wat geneesmiddelen uitgetest. Vandaag bestaat er echter soms nog een breuklijn tussen basisonderzoek en clinical research. Er is dus nog heel wat potentieel in het onderzoek naar de manier waarop bepaalde ziektes ontstaan. Op het vlak van medical devices zijn we in Vlaanderen traditioneel iets minder sterk, maar we zien vandaag toch verschillende ontwikkelingen ontstaan op het vlak van diagnostica en devices die toelaten om beter in te grijpen. Een mooi voorbeeld hiervan is de recent opgerichte start-up Indigo Diabetes (UGent-imec). Het groeipotentieel is in Vlaanderen dus zeker aanwezig.”