“De basis van het succes van de Vlaamse biotechbedrijven is een langetermijnvisie”, zegt Pauwels. “Als je daar niet aan vasthoudt, boek je misschien wel successen op korte termijn, maar over een paar jaar spreekt niemand nog over je.”

Pauwels heeft al heel wat watertjes doorzwommen in de Vlaamse biotechindustrie. Als doctor in de farmaceutische wetenschappen was hij zelf een pionier in het hiv-onderzoek en richtte vanuit die expertise de bedrijven Tibotec en Virco op.

Nadien focuste hij zich op de toepassingsmogelijkheden van de nano-elektronica in de farmaceutische industrie. Zo kwam het inmiddels beursgenoteerde bedrijf Biocartis tot stand, dat minilabo’s voor kankerscreening ontwikkelt. Van daaruit was het voor Pauwels slechts een kleine stap naar miDiagnostics, een spin-off van het onderzoekscentrum Imec die volop bezig is met de ontwikkeling van een compact diagnosetoestel als bloedtest.

“Vele Vlaamse biotechbedrijven zijn een kweekschool geworden voor heel wat onderzoekstalent”, aldus Pauwels. “We mogen er trots op zijn dat we in Vlaanderen een ecosysteem hebben uitgebouwd voor topwetenschappers en technici, waarbij deze niet enkel hun weg vinden in de wetenschappelijke instellingen.”
 

Wat zijn de grote troeven van de Vlaamse biotechindustrie?

“Alles is begonnen met de explosie in de life sciences gedurende de afgelopen dertig jaar: instellingen zoals het VIB hebben een cruciale rol gespeeld om Vlaanderen op de kaart te zetten als regio voor fundamenteel onderzoek. Zonder het onderzoek van de universiteiten stonden we nergens, want voor farmaceutische ontwikkelingen is die basis onmisbaar."

Succesvolle bedrijven zijn geen onetrickpony’s: het zijn platformen met meerdere producten.
 

"Bedrijven als Biocartis en miDiagnostics hebben echter een industrieel perspectief. Onze drijfveer bestaat erin om de bestaande kennis om te zetten in echte producten. Op dat vlak hebben we een zekere traditie in België en Vlaanderen: denk maar aan Solvay, UCB, mijn mentor dr. Paul Janssen, enz. Zij hebben ervoor gezorgd dat ons land kan meespelen met de grote jongens.”

“Een van de basisredenen voor ons succes is het langetermijndenken. En dat principe wordt soms wel wat uit het oog verloren vanuit de investeringskant. Het moet steeds sneller - de aandeelhouders willen uiteraard hun waarde maximaliseren - en dan wordt soms vergeten wat het gevergd heeft om bedrijven die vandaag in de spotlights staan, op niveau krijgen. Hoeveel jaren zijn er niet nodig geweest om alle knowhow en kennis op te bouwen?”
 

Een lange opstartfase is met andere woorden noodzakelijk vooraleer je bepaalde kennis succesvol kan commercialiseren?

“Succesvolle bedrijven zijn geen onetrickpony’s: het zijn platformen met meerdere producten. Het gaat er niet zozeer om hoe je zo’n bedrijf opstart, want opstartfondsen zijn er inmiddels genoeg. De uitdaging bestaat erin om op lange termijn gefinancierd te worden. Bedrijven die daarin slagen, hanteren vaak dezelfde aanpak en die draait rondom de pipeline idea, het platformidee om op verschillende domeinen actief te zijn. Daarbij kan je de kapitaalinvesteringen inzetten voor verschillende producten.”

“De levensduur van een geneesmiddel duurt langer dan de researchfase. Je moet de vraag durven te stellen wat de meerwaarde ervan zal zijn binnen 50 jaar. Zo ben ik steeds te werk gegaan, onder meer bij bedrijven als Tibotec en Galapagos: die methode heeft ervoor gezorgd dat 70 tot 80% van de aidsremmers die vandaag bestaan, van Belgische makelij zijn.”

“Zodra je een langetermijnstrategie hebt, kan je beginnen na te denken over de technologieën voor de aanpak van het probleem. Wat je ook nodig hebt, is een sterk team: leg de lat hoog voor je medewerkers en denk aan de disruptieve doorbraak op lange termijn. Kennisinstellingen zijn niet voldoende om de troeven te ontwikkelen die ook maatschappelijk belangrijk zijn, zoals werkgelegenheid en – waar het ons echt om te doen is – het verleggen van de grens van de geneeskunde.”
 

Welke grensverleggende tendensen mogen we in de nabije toekomst verwachten?

“Ik denk dan vooral aan de verdere doorbraak van nanotechnologie. Ziekte wordt gedefinieerd als een verlies van de gezondheidstoestand: vandaag voelen we ons goed, morgen voelen we ons niet goed en zijn we ziek. Maar ziektes zijn vaak multifactorieel: het begint met onze genetische code, en die hebben we niet zelf in de hand."

Opstartfondsen zijn er genoeg, maar dé uitdaging voor bedrijven bestaat erin om op lange termijn gefinancierd te worden.

"Andere keuzes kunnen we wel maken: we moeten een goede huisvader zijn voor ons lichaam. We weten vaak echter niet hoe we dat moeten doen: we hebben weinig meetsystemen om meer verantwoordelijkheid voor onze eigen gezondheid op te nemen.”

“De nanotechnologie kan daarvoor de tools creëren. Hoe vroeger je kunt ingrijpen, hoe groter de kans op succes. Er duiken nu enorme opportuniteiten voor monitoring op. Dat gaat ook verzekeringsinstellingen en de overheid helpen om de kosten-batenanalyse draaglijk te maken.”
 

Blijft het spanningsveld tussen dure innovatie en de moeizame zoektocht naar investeerders ook in de toekomst een constante?

“Maatschappelijk is er een dialoog nodig: welk systeem is duurzaam op lange termijn? En zo zijn we weer bij de essentie: de langetermijnstrategie. De enorme revolutie in de elektronica was enkel mogelijk doordat er een zekere roadmap was: de fameuze ‘Wet van Moore’ die stelde dat om de achttien maanden de transistors per oppervlak verdubbelen en de prijs halveert."

"Onze roadmap moet draaien rond de betaalbaarheid van de gezondheidssector: welke elementen uit de gezondheidszorg moeten gevaloriseerd worden? Zo’n roadmap zou het voordeel hebben dat kennisinstellingen, jonge bedrijven en investeerders mee kunnen stappen in die lange termijn. Er zijn veel gevestigde belangen, maar het is belangrijk om op termijn het schip te keren.”