Welke opportuniteiten biedt IoT?

“Bij IoT worden alle mogelijke dingen gekoppeld aan het internet. Hierdoor ontstaat er een soort hyperconnectiviteit en kunnen we beter begrijpen wat de status van ieder ding is. Al die realtime data creëert heel wat mogelijkheden. Het komt er dan wel op aan om iets te doen met al die ruwe data en er de nuttige informatie uit te halen.”

“IoT kan bedrijven helpen om bijvoorbeeld downtime te vermijden, productieprocessen te verbeteren of nieuwe processen in te brengen. In een stad kan IoT dan weer zorgen voor nieuwe inzichten bij beleidsmakers, om op basis van wat er speelt bij de bevolking het leven in de stad te verbeteren. Ook voor consumenten kan IoT de levenskwaliteit optimaliseren. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan slimme verlichting of verwarming die afgestemd is op je gedrag en persoonlijke voorkeuren.”

 

Wat beschouwt u als de grootste uitdagingen?

“Helaas zijn al de verschillende technologieën en toestellen momenteel niet echt op elkaar afgestemd. Er zijn nog te veel ‘niet-standaard’ verbindingen vandaag. We moeten er als industrie dus aan werken om betere en meer open systemen te bouwen die gemakkelijker met elkaar kunnen communiceren en beter controleerbaar zijn. Ook het garanderen van de beveiliging is een cruciale factor voor de verdere groei van IoT. Gemeenschappelijke standaarden zijn op dat vlak alvast een belangrijke stap.”
 

 

Wat gebeurt er in Vlaanderen rond IoT?

“Vanuit de Vlaamse regering heeft imec de opdracht gekregen om van Vlaanderen een slimmere regio te maken. Daarbij werd beslist om met ‘City of Things’ van de stad Antwerpen een test- en validatiestad te maken waar verschillende scenario’s en technologieën kunnen worden uitgetest. Daarna kunnen ze ook in de rest van Vlaanderen worden ingevoerd.”

“Zeer belangrijk hierbij is dat alles in samenwerking gebeurt met de burgers. Zij zijn diegenen die ons zeggen hoe het er voor hen moet uitzien, hoe ze ermee om moeten kunnen gaan, hoe zichtbaar of onzichtbaar het moet zijn, hoe het moet worden geïntegreerd, enz. Voor iedere use case is er een burgerpanel. Op die manier ontstaat ook het cruciale draagvlak dat nodig is om een project verder te kunnen uitrollen en het leven in de stad continu aangenamer te maken.”

 

Waarom is het zo belangrijk dat Vlaanderen hierin een voortrekkersrol opneemt?

“We moeten absoluut vermijden dat het talent uit Vlaanderen wegvloeit. Vlaanderen wil een regio zijn waar het leuk is om te vertoeven en te wonen. Om dat te bereiken, moeten we onze steden leefbaarder maken. Die steden blijven immers groeien. Tegen 2050 verwacht men dat ongeveer 70% van alle mensen in de steden zal wonen.”

 

Hoe kan IoT de luchtkwaliteit in onze steden verbeteren?

“De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft vandaag de opdracht om in onze steden de luchtkwaliteit te meten. Zo staan er in Antwerpen vijf luchtkwaliteitcontainers, die helaas veel geld kosten omdat de sensoren die erin zitten van zeer hoge kwaliteit moeten zijn en de kalibratie daarvan heel moeilijk is. Het doel zou echter moeten zijn om in iedere straat de luchtkwaliteit te meten en die data samen te brengen, maar dat is op die manier onbetaalbaar.”

Tegen 2050 verwacht men dat ongeveer 70% van alle mensen in de steden zal wonen. IOT kan helpen om deze - ondanks die sterke groei - leefbaar te houden.

“Daarom testen we nu veel goedkopere sensoren die we in kleine nodes steken. De uitdaging bij die sensoren is echter dat ze sneller gaan driften en dus veelvuldig moeten worden gekalibreerd. Anders zullen ze niet meer correct meten. Om daaraan tegemoet te komen, hebben we deze sensoren op voertuigen van Bpost in Antwerpen geplaatst. Wanneer deze een VMM-meetcontainer passeren, dan communiceren deze met elkaar over de gemeten waarden. Op basis daarvan kan er dan een nieuwe kalibratie gebeuren. Zo kunnen we op een simpele en goedkope manier door de dag heen een veel breder pallet van metingen doen.”

“Het doel is om deze goedkope en kleine sensoren uiteindelijk nog veel ruimer te verspreiden, zodat haast iedereen in bijvoorbeeld zijn smartphone een eigen luchtkwaliteitsmeter heeft om zo mee te helpen aan het opmeten van de luchtkwaliteit. Ook willen we een lastenboek opstellen waarmee ook in andere steden en regio’s op deze manier de luchtkwaliteit gedetailleerd in kaart zal kunnen worden gebracht. Realtime kennis over de luchtkwaliteit zal helpen om de burgers beter en continu te kunnen informeren en om bepaalde beleidsbeslissingen te optimaliseren, denk maar aan het beter sturen van de mobiliteit in een stad.”

 

Wat heeft dat te maken met het project ‘Curieuzeneuzen’?

“Met ‘Curieuzeneuzen’ wordt via een proefbuis de gemiddelde waarde van stikstofdioxide over een maand gemeten. Op bepaalde plaatsen in Antwerpen, ook naast alle VMM meetcontainers, installeren we naast zo’n proefbuisopstelling een imec-node die de luchtkwaliteit in realtime meet. Zo zijn er naast de gemiddelde metingen ook realtimemetingen en kunnen er mogelijk bepaalde events aan de verontreiniging gekoppeld worden. Het helpt ons bij imec tevens om onze kalibratiealgorithmes verder te optimaliseren.”