Veel mensen stellen zich de meest exotische toestellen voor als het gaat over het internet of things (IoT), terwijl het grootste deel van de bevolking er zich niet bewust is van dat ze minstens één toestel bezitten dat vrijwel altijd geconnecteerd is met internet, namelijk de smartphone. In de jaren 60 was NASA al bezig met draadloze draagbare toestellen om vanop afstand bloeddruk, ademhaling en andere fysiologische functies te meten om te zien hoe een astronaut presteert voor bepaalde taken. Deze bevindingen resulteerden later in meetinstrumenten in de gezondheidssector of sport. Na de doorbraak van het internet eind jaren 90, verschenen ook de eerste toestellen die direct met het internet connecteerden.

 

De grote doorbraak

Veel toestellen en gadgets die connecteren met het internet zijn niet goed beveiligd.

Gegevens verzamelen van sensoren is slechts een klein deel waarvoor IoT staat. De gegevens moeten verwerkt kunnen worden en er moet op een intelligente manier actie ondernomen kunnen worden. Bij het voorbeeld van de astronauten bij NASA waren het nog mensen die de gegevens verwerkten, interpreteerden en actie ondernamen. Bij miljoenen geconnecteerde toestellen is dat uiteraard onmogelijk. Een voorwaarde voor het slagen van het IoT, was het volwassen worden van big data (om de gegevens op te slagen) en van artificial intelligence (om de gegevens te kunnen interpreteren en automatisch actie te ondernemen).

 

Breed toepasbaar

De lijst waar men gegevens kan verzamelen en via artificiële intelligentie automatisch actie kan ondernemen, is vrijwel oneindig. Nu reeds worden velden aan de hand van drones geïnspecteerd om schimmels en ziektes van gewassen te detecteren, om de juiste hoeveelheid bestrijdingsmiddel aan te kopen en om uiteindelijk geautomatiseerd gericht te gaan behandelen. Binnen steden kan men het verkeer automatisch gericht sturen op basis van fijnstof & CO2-metingen of aan de hand van de verkeersdrukte op een gegeven moment.Huizen moeten ook veel intelligenter worden door de strengere regels omtrent energieverbruik en isolatie. Verwarming, ventilatie en zonnewering moeten bijvoorbeeld intelligent aangestuurd worden op basis van een continue analyse van de lucht binnenshuis, de buitentemperatuur en de weersvoorspellingen. In de gezondheidssector zouden in de loop van de komende decennia dan weer heel wat diagnoses kunnen worden gedaan door computers in plaats van artsen. 

 

Niet zonder gevaar

Het potentieel op de Belgische markt is te klein en veel scale-ups proberen dan ook internationaal door te breken.

Veel toestellen en gadgets die connecteren met het internet zijn niet goed beveiligd. Criminelen zijn daarbij niet noodzakelijk geïnteresseerd in het aansturen van de zonnewering van je huis, maar ze zijn wel geïnteresseerd in de rekenkracht van het toestel. Zo kunnen criminelen kwetsbare toestellen infecteren met malware om zo wereldwijd websites aan te vallen zoals in oktober 2016 het geval was. Hierbij werden Netflix, Airbnb, Twitter en veel andere sites aangevallen via honderdduizenden geïnfecteerde - met internet geconnecteerde - toestellen verspreid over de hele wereld. De rekenkracht gebruiken om cryptocurrencies zoals Bitcoin te creëeren via geïnfecteerde toestellen is ook enorm aantrekkelijk.

Tot slot is de Europese General Data Protection Regulation (GDPR) een belangrijke factor waarbij gegevens van gebruikers veel beter beschermd worden. IoT-bedrijven verzamelen nu eenmaal gegevens van hun klanten en moeten hier rekening mee houden. Ze moeten de nodige middelen bieden om verzamelde gegevens te controleren en te beheren.

 

Beloftevolle Belgische bedrijven

Na een moeilijke start beginnen de Belgische IoT-bedrijven nu ook de start-upfase te ontgroeien. Het potentieel op de Belgische markt is te klein en veel scale-ups proberen dan ook internationaal door te breken. Voldoende exposure via grote internationale evenementen zoals SuperNova in Antwerpen en het op tijd ophalen van voldoende venture capital zijn dan ook de sleutel om snel internationaal door te breken.